Een lang gerekte Caridina met een opvallend lange “neus” met een rode of gele kleur. De kleur is water kwaliteit- en stemmingsafhankelijk. Gezonde dieren zijn goed doorzichtig.
Ze zwemmen graag.
De soort lijkt op C. gracilipes en C. appendiculata.
Deze soort kan ook in brakwater (15 g zout/l) worden gehouden. Leeft in de natuur in mangrovebossen en rivierdelta’s.
Herkomst
India en zuidoost Azië
Grootte
Man: 3,5 cm; vrouw: 4 cm
Watertemperatuur
20 - 28 °C
Zuurgraad (pH)
Vanaf 7.0
Geslachtonderscheid
Zoals bij alle Caridina’s: Vrouwtje is voller en robuuster.
Draagtijd
± 10-14 dagen
Aantal eieren
200-1500 afhankelijk van de grootte van het vrouwtje met een cyclus van 5-6 weken.
Kweek is enkel mogelijk in
brakwater
Opkweek (bijzonderheden)
Het aantal eieren in 1 zwangerschap loopt uiteen van 130 tot 718. Dit aantal is o.a. afhankelijk van de grootte van het vrouwtje. Ongeveer 14 dagen na het “leggen” van de eieren, komen de eieren uit. De larven komen ter wereld in het zoö-stadium 1 en doorlopen nog 5 stadia als zoöplankton. 12 tot 14 dagen na de geboorte veranderen ze in postlarven (kleine garnaaltjes).
Het optimale zoutgehalte lag bij 15 gram/liter als je kijkt naar overleven en ontwikkeling van de larven. Het slechtst deden de larven het bij 10 gram zout/liter. Bij dit zoutgehalte bereikten ze alleen stadium Zoö IV bij 30°C, 15 dagen na de geboorte.
De optimale temperatuur is 27°C in vergelijking met 24 en 30 °C.
Larven op een dieet van Phycopure (merknaam!) hebben een significant betere overleving (>90%) dan de larven die gevoerd worden met Chaetoceros en Nannochloris. De larven op een dieet van alleen Nanochloris gingen binnen 12 dagen dood.
Het aantal larven per liter is ook van invloed op het percentage dat overleefd. In de latere ontwikkelingsstadia (vanaf Zoö V) is een concentratie van 25 larven per liter beter dan hogere concentraties. Ook gaat de ontwikkeling langzamer bij hogere concentraties.
Na 69 dagen zijn de larven veranderd in kleine garnalen en kunnen ze naar zoetwater overgebracht worden. Na ongeveer 6 maanden zijn de garnalen seksueel volwassen.
Volwassen dieren kunnen goed in brakwater (15 g zout/l) gehouden worden en krijgen dan regelmatig eieren. Het is daarom mogelijk om volwassen dieren, larven en jongen bij elkaar in 1 bak te houden.
Bakgrootte
minimale inhoud van 30 liter
Bakinrichting
Normale inrichting.
Medebewoners
Kleine vriendelijke dieren (bijv. vissen en garnalen van maximaal 4 cm)
Voer
Alleseter, detritus (plantaardig en dierlijk afval dat zich op de bodem verzamelt), speciale tabletten voor kreeften of garnalen, vlokvoer.
Eerste maal beschreven door
de Man, 1892
Literatuurverwijzingen
Larviculture of Red Front Shrimp, Caridina gracilirostris (Atyidae, Decapoda), THOMAS C. HEERBRANDT a JUNDA LIN 1,a; Journal of the World Aquaculture Society; Volume 37, Number 2, June 2006 , pp. 186-190(5)
Selecteer onderstaande tekst en kopieer deze via rechtsklikken naar je klembord. De tekst kan je vervolgens direct plakken in je bericht op het Garnalen & Kreeften forum!